DE LANDMETER / MAATVOERDER

Tot het begin der 19e eeuw toe is het verband tussen de hogere en lagere geodesie voor het grootste gedeelte slechts in de naam gelegen. De hogere geodesie, die tot wetenschappelijke taak heeft onderzoek te doen naar de vorm en de grootte van de aarde in haar geheel, heeft door alle tijden heen de belangstelling gehad van wis- en natuurkundige. De lagere geodesie, hoezeer, uit praktisch oogpunt bezien, de volle belangstelling waard is, was niet veel meer dan als „Werkdadige Meetkomst" omschreven. De primaire driehoeksmeting, gevolgd door een secundaire driehoeksmeting, waarvan de resultaten in 1861 verschenen in de Meetkunstige Beschrijving van het Koninkrijk der Nederlanden, levert nog steeds de grondslag, waarop onze topografische kaarten berusten. De studie van „Topografische Kaart- en Rijksdriehoeksmeting" legt het verband tussen de resultaten van de Meetkunstige Beschrijving enerzijds en die der Rijksdriehoeksmeting anderzijds. Deze Rijksdriehoeksmeting, is van grote nauwkeurigheid. De berekening van het net geschiedde op de ellipsoïde van BESSEL en de driehoeks- punten werden volgens de methode van de stereografische projectie in het platte vlak overgebracht met Amersfoort als centraal punt.

De verbetering van de geodetische instrumenten, van de repetitiecirkel en de „vollen cirkel" van de landmeter tot de hedendaagse geodetische instrumenten toe, grenst werkelijk aan het wonderbaarlijke. Deze vooruitgang in de vervaardiging van de instrumenten, de grote ontwikkeling in de wiskunde, voornamelijk op het gebied van de foutenleer, het betere inzicht in de theorie en de daarmee overeenkomstige toenemende volmaking van methoden voor opnamen, maken het mogelijk, dat een nauwkeurigheid als thans bij primair werk te bereiken valt, tot zelfs in het tertiaire werk kan worden volgehouden. Deze mogelijkheid stelt aan de kennis van hen, die de landmeetkunde beoefenen hoge eisen.

Voor de goede uitoefening van het lagere werk is de kennis van het hogere nodig. Deze technische grondslag van grote nauwkeurigheid is in het belang voor tal van diensten.

De grote nauwkeurigheid van deze technische grondslag sluit zijn kwetsbaarheid in. Het gevaar van het ongemerkt verloren gaan van dit kostbaar bezit is geenszins denkbeeldig te achten.

Daarom wil ik besluiten met een beroep te doen op allen, die geodetisch werkzaam zijn, het vraagstuk der instandhouding ernstig onder ogen te zien. Maak van een landmeter / maatvoerder geen knoppendrukker.